|
Werkzaamheden 
Als regisseur toneel/film/tv heb je de artistieke leiding over een produktie, bijvoorbeeld
een toneelstuk, een speelfilm, een televisieprogramma of een promotie- of reclamefilm.
Uitgangspunt voor elke produktie is het scenario: het stuk in geschreven vorm, soms
voorzien van spelaanwijzingen. Jij bepaalt echter hoe het scenario uiteindelijk wordt
gespeeld of verfilmd. Je bent eigenlijk de tussenpersoon tussen degene die het scenario
heeft geschreven en de uitvoerenden.
Je krijgt je opdrachten van bijvoorbeeld een televisieomroep, een commerciële producent,
een filmproducent of een toneelgezelschap. Het is jouw taak om, vaak in overleg met de
producent, acteurs, figuranten en een technische ploeg aan te trekken. Doordat je bepaalde
ideeën hebt over het scenario, heb je voor sommige rollen ook vaak al aan bepaalde
acteurs gedacht. Uiteraard ben je gebonden aan het budget van de producent, die de
produktie betaalt.
Voor het realiseren van de produktie werk je samen met de produktieleider. Je hebt de
leiding over de technische mensen die bij de produktie zijn betrokken, zoals cameramensen,
belichtings- en geluidstechnici. Als je een film regisseert, geef je ook aanwijzingen voor
de juiste cameraposities en ben je nauw betrokken bij de uiteindelijke montage van de
film. Ook het laten vervaardigen van decors valt onder jouw verantwoordelijkheid. Daarvoor
overleg je regelmatig met de decorbouwer(s). In sommige produkties, bijvoorbeeld een
historische film, vragen de kostuums uitgebreid aandacht. Daarmee houden de costumières
zich bezig, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt eveneens bij jou.
Vooral bij een toneelstuk is de periode van de repetities zeer
intensief. Bij film en televisie is dat het maken van de opnamen. Elke acteur heeft zijn
eigen uitstraling en sterke kanten. Daarvan maak je gebruik om een rol steeds verder uit
te diepen. Je geeft de spelers voortdurend aanwijzingen en weet hen zo te stimuleren dat
ze steeds weer een goede prestatie leveren. Bij allerlei organisatorische taken word je
geholpen door regie- en produktieassistenten. Ten slotte draag je ook je steentje bij om
belangstelling voor de produktie te wekken bij pers en publiek, bijvoorbeeld door het
geven van interviews. De waardering die je uiteindelijk krijgt, hangt af van de kwaliteit
van het eindprodukt.
Capaciteiten
Nog voordat een produktie vorm heeft gekregen, zie jij in
gedachten al voor je hoe het geheel eruit moet komen te zien. Dat voorstellingsvermogen
heb je nodig om je ideeën te kunnen overbrengen aan de acteurs, en ook aan costumières,
decorbouwers, cameramensen en iedereen die verder bij de produktie is betrokken. Je kunt
ook duidelijk uitdrukken wat je bedoelt. Het spel van de acteurs observeren en van
commentaar voorzien vraagt veel van je concentratievermogen. Enig acteertalent moet je wel
bezitten: om de acteurs te laten zien wat je van hen verwacht, moet je zelf dingen kunnen
voordoen. Je kunt leiding geven, je mensen stimuleren en goed in teamverband samenwerken.
Je legt gemakkelijk contacten en kunt snel overschakelen van de ene naar de andere rol en
van de artistieke naar de technische aspecten van een stuk. Het maken van een speelfilm
vraagt om organisatievaardigheid. Aan een spektakelfilm, waarin veel massascènes
voorkomen, doen behalve de hoofdrolspelers soms wel honderden figuranten mee.
Werkomstandigheden
Afhankelijk van de produktie waarmee je bezig bent, kun je
op veel verschillende plaatsen werken. Dat doe je afwisselend zittend en staand. Een
toneelregisseur werkt veel in repetitieruimten en theaters. Een film- of
televisieregisseur kan in een studio werken, maar ook buiten op locatie. Je werktijden
liggen niet vast. Vlak voor een première maak je vaak lange dagen om alles op tijd klaar
te krijgen. Je bent veel op reis: zowel in binnen- als buitenland.
Arbeidsmarkt
Het beroep regisseur toneel/film/tv behoort tot de
beroepsklasse regisseurs en kunstenaars.
Het arbeidsmarktperspectief voor deze beroepsklasse tot het jaar 2001:
Je mag verwachten dat er in de nabije toekomst in de beroepsklasse 'regisseurs en
kunstenaars' veel nieuwe banen bijkomen. Dat heeft onder meer te maken met de opkomst van
de commerciële televisie en de concurrentieslag om de kijkcijfers die dit met zich
meebrengt. Nederlandse produkties zijn daarin een belangrijk wapen en dus wil elke omroep
- commercieel of publiek - zijn eigen dramaserie, comedy en zogenaamde 'soap'. Ook
financieren ze de produktie van bioscoopfilms, om die later op televisie uit te zenden.
Voor regisseurs en acteurs is er daarom in de komende jaren meer werk. Beeldend
kunstenaars, zoals schilders een beeldhouwers profiteren ervan dat steeds meer
particulieren en instellingen kunstwerken in huis of op kantoor willen hebben.
Aan de andere kant komen er in deze beroepsklasse maar weinig bestaande banen vrij. Het
aantal mensen dat met pensioen gaat, stopt met werken om kinderen te krijgen,
arbeidsongeschikt raakt of bijvoorbeeld een ander beroep gaat uitoefenen, is naar
verwachting klein. Bij elkaar genomen, is er de komende jaren in deze beroepsklasse dan
ook een vrij normaal aantal nieuwe arbeidskrachten nodig.
Mensen die werkzaam zijn in de beroepsklasse 'regisseurs en kunstenaars' doen dat voor een
belangrijk deel in de maatschappelijke dienstverlening of in dienst van sociaal-culturele
en culturele instellingen. Het is niet makkelijk om werk te vinden in andere sectoren. Een
voordeel is dat de werkgelegenheid in deze beroepsklasse bijna niet afhankelijk is van
schommelingen in de economie.
Interview
'De kunst van een verhaal vertellen'
Een dag uit het leven van een regisseur toneel/film/tv
"Toen ik ging kijken bij toneel wilde ik nooit meer terug naar de tv." Toch
werkt regisseur Ruud Keers al 35 jaar bij de omroep. Hij begon ooit bij de VPRO als
regie-assistent. Nu werkt hij al jarenlang voor de NCRV en de NOS. Voor
televisieproducenten deed hij de regie van bekende comedy-series als 'Ha die pa!' en 'De
Vlaamsche Pot'.
"Als kind wilde ik altijd al bij de film. Ik gaf zelf ook
voorstellingen met een zaklantaarn, een schoenendoos en plaatjes van Tom Poes. Er was toen
nog geen televisie. Later ging ik ook bioscoopje spelen. Met een oud gordijn, een laken om
op te projecteren, en een heuse koffergrammofoon voor de muziek."
Regisseren zat er al vroeg in bij Ruud Keers. "Een regisseur is in wezen een
programmamaker. Je hebt iets verzonnen en je ontwerpt een plan om dat in beeld te brengen.
Bij toneel doe je dat met mensen, bij tv en film kun je ook allerlei andere technische
hulpmiddelen gebruiken. Maar het bedenken en ontwerpen blijft hetzelfde bij theater, film
en tv."
Keers volgde eind jaren vijftig een filmopleiding in Parijs. "Dat was een brede
opleiding met film, fotografie, compositie en licht. Alle basiselementen zaten erin."
Keers wilde naar Amerika, kreeg tuberculose en belandde uiteindelijk in Hilversum.
"Bij de NCRV begon ik met het maken van -hoe kan 't ook anders- drie dagsluitingen
met koorzang vanuit een Harderwijkse kerk." Vervolgens deed Keers vrijwel alles wat
er op regiegebied te doen valt. Hij maakte documentaires, actualiteitenprogramma's,
muziekprogramma's en comedy-series. "Ik had de tijd mee. Er was nog tijd voor het
maken van programma's. Dat kom je nu niet meer tegen."
Dictator
Keers wordt nog altijd gevraagd om voor verschillende
programma's de regie te doen. "Het is leuk om iets op te zetten en na te denken over
de aanpak en vormgeving. Maar als een programma eenmaal staat, dan ga je jezelf herhalen.
Dan is het ambachtelijke eraf. Vaak zie ik om me heen dat het simpele regiewerk niet goed
gedaan wordt. Veel collega's hier kunnen het blijkbaar niet. Ze missen de fantasie of zijn
gewoon gemakzuchtig."
Belangrijke vragen voor Keers zijn steeds opnieuw: hoe breng je iets in beeld, en waarom?
"Ik ben eigenlijk altijd bezig met het vertellen van een verhaal. In beelden, wel te
verstaan. Het gaat niet alleen om het maken van mooie plaatjes. Elk shot moet ook een
onderdeel zijn van het verhaal."
Jaren geleden regisseerde Keers een cabaretprogramma met Alexander Pola, Jules de Corte en
Gerard Cox. "Ik merkte dat ik te weinig wist om die mensen goed te begeleiden. Daarom
ben ik toen een jaar naar toneel gegaan. Ik heb ondermeer meegelopen met de Haagsche
Comedie. Ik vond het fantastisch. Op het toneel ben je op een hele andere manier met
spelers bezig. Er wordt veel diepgravender met teksten gewerkt, een stuk wordt helemaal
doorleefd. Terug bij de televisie werd ik voortdurend gevraagd om te adviseren. Alsof ik
opeens wist hoe het zou moeten."
Keers overlegt met redacteuren en programmamakers over hun ideeën, repeteert met acteurs,
en motiveert de technische mensen die uiteindelijk het geheel moeten opnemen. "Ik
werk met verschillende mensen: cameramensen, belichters, produktiemedewerkers, lastige
presentatoren en acteurs, en ga zo maar door. Ik moet aan al die mensen duidelijk maken
wat er moet gebeuren, op een manier dat ze niet na twee shots al lopen te balen."
Een regisseur is iemand die graag aan de touwtjes trekt. Keers: "Over mijn wieg heeft
iemand geroepen: 'dat wordt later een dictator'. Dat ben ik niet, hoor! Maar je moet wel
weten wat je wilt en eigenwijs zijn in de goede zin van het woord. Zodra mensen voelen dat
je geen grip op de zaak hebt, nemen ze het van je over. Dan ben je weg."
Non-stop opname
Tijdens repetities en opnames maakt Keers vaak lange dagen,
soms van acht uur 's ochtends tot elf uur 's avonds. Alles gebeurt dan in een studio,
zodat hij niet op pad hoeft. Dat is bij het maken van een film wel anders. Dan is hij soms
dagen van huis en reist hij van de ene locatie naar de andere.
"Het is altijd spannend als je met een groep mensen aan iets nieuws begint te
repeteren. Ik zit dan op het puntje van mijn stoel." Laatst werkte Keers voor een
comedy-serie bijna acht maanden non-stop door. In die hele periode had hij maar tien vrije
dagen. "Dat is ongezond. Ik ben dan echt uitgeput. Een paar maanden vrij is dan geen
luxe, want ik kan dan werkelijk even niets meer. Als ik zou willen, zou ik achter elkaar
kunnen doorwerken, van serie naar serie. Maar daar zit ik niet op te wachten. Laat mij nu
maar mooie documentaires maken, want er is nog zoveel dat ik graag wil maken."
Enthousiasme
Het belangrijkste voor dit vak, herhaalt Keers, is het
enthousiasme om een verhaal te vertellen. "Als je dat wilt, is het ook altijd een
beetje je eigen verhaal. Dat verhaal is veel belangrijker dan de techniek. Techniek is
gereedschap. En dat moet je goed kunnen hanteren, anders kom je niet aan het verhaal
toe."
Copyright - LDC WERKpuntNET
|