|
Werkzaamheden 
Als docent drama leer je cursisten en leerlingen vaardigheden en technieken
aan waarmee zij verschillende situaties kunnen uitbeelden, bijvoorbeeld in een
toneelstuk of een rollenspel. Zo probeer je ze te interesseren voor dramatische
vorming en toneel. In overleg met de coördinator van bijvoorbeeld een
toneelgroep of school waarvoor je werkt, stel je je werkzaamheden vast. Maar
zelf bepaal je hoe je het werk uitvoert. Je bent verantwoordelijk voor de
lesprogramma's die je maakt en voor de uitvoering ervan. Je kunt als docent
drama heel veel verschillende dingen doen. Je maakt en begeleidt bijvoorbeeld
lesprogramma's voor scholen. Dan leer je groepen kinderen hoe ze zich kunnen
uiten en ontwikkelen door ze situaties te laten uitbeelden. Ze moeten dan
bijvoorbeeld spelen dat ze blij of verdrietig zijn, of laten zien in wat voor
ruimte ze zijn (bijvoorbeeld in de open lucht of in een kast) zonder dat ze echt
in die ruimte zijn. Of ze moeten iemand anders spelen: een jongen speelt
bijvoorbeeld dat hij een meisje is en andersom of de kinderen spelen dat ze
volwassenen zijn. Daarbij verkleden ze zich dan, of ze schminken zich en zetten
een pruik op. Je geeft ook cursussen aan leerkrachten van scholen, zodat zij hun
eigen leerlingen weer toneel kunnen leren spelen. Je kunt ook school- en
amateurtoneel regisseren. Je bepaalt dan wie welke rol speelt in een toneelstuk
en je geeft de acteurs aanwijzingen hoe ze hun tekst moeten zeggen en waar ze
het beste kunnen gaan staan op het toneel zodat het publiek ze goed kan zien en
horen. Door samen over het toneelstuk te praten en door veel te oefenen probeer
je het beste uit de acteurs te halen en een toneelstuk goed op de planken te
brengen. Om het uiteindelijke effect te vergroten, maak je ook gebruik van
decors en van goede belichting van het toneel. Bij sommige cursussen of lessen
gebruik je ook videoapparatuur om het toneelspel van je leerlingen of cursisten
op te nemen, zodat je dat met ze kunt bespreken.
Capaciteiten
Om je leerlingen en cursisten duidelijk te maken wat ze bij het toneelspelen precies
moeten doen, moet je je mondeling goed kunnen uitdrukken. Ook op papier moet je duidelijk
kunnen maken wat je bedoelt, bijvoorbeeld wanneer je lesprogramma's maakt. Je moet verder
gemakkelijk kunnen omgaan met andere docenten, leerlingen en cursisten. Als je een
toneelstuk regisseert, moet je goed samenwerken in het team waaraan je leiding geeft.
Speel je zelf toneel, bijvoorbeeld omdat je bewegingen aan de cursisten of leerlingen moet
voordoen, dan moet je je lichaam goed onder controle hebben. Je werkt in een leslokaal van
een centrum voor dramatische vorming, in toneelzalen of op scholen. Je hebt onregelmatige
werktijden, omdat je meestal parttime bent verbonden aan verschillende scholen. Soms moet
je 's avonds of in het weekend werken. Omdat je meestal bij verschillende scholen en
groepen lesgeeft of programma's begeleidt, moet je binnen de regio regelmatig reizen.
Tijdens je werk sta en loop je veel.
|
|
Perspectief
Het beroep docent drama behoort tot de beroepsklasse docenten voortgezet
onderwijs. Het arbeidsmarktperspectief voor deze beroepsklasse tot het jaar
2000: Het is de verwachting dat er in de beroepsklasse 'docenten voortgezet
onderwijs' in de nabije toekomst nieuwe banen bijkomen. Dat er meer werk is komt
vooral door het deeltijd- of volwassenenonderwijs (ook wel 'avondonderwijs'
genoemd) en het particulier onderwijs waar steeds meer mensen aan deelnemen.
Daarnaast wil de regering graag dat er meer leraren in het algemeen vormend en
het beroepsonderwijs in deeltijd gaan werken. Zo krijg je er ook nieuwe banen
bij, zonder dat de hoeveelheid werk hoeft te groeien. Doordat de komende jaren
veel docenten uit het voortgezet onderwijs met pensioen gaan, stoppen met werken
om hun kinderen te verzorgen, arbeidsongeschikt raken of van beroep veranderen
komt er in deze beroepsklasse ook nog eens een groot aantal bestaande banen
vrij. Toch is het totaal aantal nieuwe docenten voortgezet onderwijs dat nodig
is net niet aan de hoge kant. Je moet je trouwens wel realiseren dat de situatie
op de arbeidsmarkt voor de verschillende vakrichtingen binnen het onderwijs
sterk uiteen kan lopen. De mensen die in deze beroepsklasse werkzaam zijn doen
dat voor een belangrijk deel in het onderwijs. Het is niet gemakkelijk uit te
wijken naar andere sectoren, zodat je voor het vinden van een baan als docent in
het voortgezet onderwijs wel afhankelijk bent van wat daar gebeurt.
Copyright - LDC WERKpuntNET
|